• Girl-in-Closet
    Kom uit de kast en

    Join the Fair Fashion Movement

  • Ontdek wat er schuilgaat achter de

    Fashion Industry

  • -->
  • Challenge van de maand:

    FASHION REVOLUTION

120 deelnemers
gingen reeds
248 uitdagingen aan.

MAAK WERK VAN EERLIJKE KLEDING

IN JE EIGEN KLEERKAST

IN DE HELE WERELD

DAAG JEZELF UIT TOT DE

5 FAIR FASHION CHALLENGES

challenge1

Duik in je kleerkast en ga op onderzoek uit.

Meer info
Challenge #1
Onderzoek je eigen kleerkast
challenge2

Ga voor minder en beter in je garderobe.

Meer info
Challenge #2
Koop minder, fair & tweedehands
challenge3

Bevraag de grote kledingmerken en word Fashion Revolutionary.

Meer info
Challenge #3
Doe mee aan Fashion Revolution.
challenge4

Als consument heb je recht op meer informatie. Teken de petitie!

Meer info
Challenge #4
Vraag meer transparantie
challenge5

De fabrieken in Bangladesh zijn nog steeds onveilig. Zet H&M onder druk.

Meer info
Challenge #5
Zet H&M onder druk

BLOG

Mieke

Transparante beloftes

(Lees volledig artikel) Ik beken: ik ben mijn belofte niet nagekomen. Beloftes, zelfs. Meervoudig schaamrood.

Eerst en vooral geef ik met dat schaamrood op mijn wangen toe dat ik afgelopen week opnieuw gaan shoppen ben: ik heb een fairtrade rok en een T-shirt gekocht voor de trouw van een goede vriendin. Een paar weken geleden ben ik bovendien een tweedehandswinkel binnengesprongen, op zoek naar een jurk voor het vrijgezellenfeestje van die vriendin.
Tot zover mijn voornemen om het komende jaar slechts één kledingstuk per seizoen aan te schaffen: de lente kwam ik goed door, maar deze zomer heb ik – even een snelle optelsom als ik er mijn vorige blog bijneem – al zes stuks op de teller.

Een andere belofte die ik niet nagekomen ben, is meer revolutionair van aard.
Weet je nog, mijn favoriete nieuwe jurkje uit Londen, dat ik al bijna drie jaar op het oog had? Ja, dat jurkje waar ik in totaal vier (!) paragrafen aan wijdde in een vorige blog. Dat jurkje dat niet bepaald ethisch was, wat ik de producent eens goed ging doorsteken. Met één simpele vraag: who made my clothes?
Die moderevolutionaire vraag heb ik niet meteen opgestuurd. Pas afgelopen weekend heb ik hem luidop gesteld. Enfin, luidop, met een tweet @GoldkidLondon, het (voor mij tot dan onbekende) Britse merk dat in China produceert.
Ik geloof nochtans dat die vraag – al dan niet in 140 tekens – veel teweeg kan brengen. Maar eigenlijk was ik op veel meer vragen aan het broeden.
Want waar ergens in China is mijn jurk gemaakt, onder welke omstandigheden, door hoeveel arbeidsters? Krijgen die een eerlijk loon betaald, het recht op vakbondsvereniging, een vast contract, of worden zij op staande voet ontslagen bij ziekte of zwangerschapsverlof? En welk proces heeft de stof (100 procent polyester trouwens) doorlopen, vooraleer die in een confectiefabriek in China terechtkwam?
Al die vragen hangen – schijnbaar – samen met de vraag wie mijn kleren gemaakt hebben, maar het zijn vragen die ketens liever mijden als de pest. Want makkelijk zijn zo’n vragen allerminst. Achter die moeilijkheidsgraad proberen merken zich dan ook maar al te graag weg te steken.

Textiel is een ingewikkeld verhaal. Katoen, polyester, wol, zijde, leer: elke stof legt zijn eigen weg af. Met onderweg een heleboel handen die zo’n stof – en uiteindelijk het kledingstuk – onder handen nemen. Fair fashion gaat dus niet enkel over eerlijke omstandigheden in de fabrieken. Ook wie bijvoorbeeld de katoenpluisjes plukt of het polyester bedrukt, moet eerlijk behandeld worden. Het stappenplan van plukken en spinnen tot de uiteindelijke verkoop in de grote winkelstraten, is lang. Bijzonder lang zelfs, terwijl fast fashion-ketens enorm strakke deadlines opleggen aan hun leveranciers om de laatste catwalktrends in hun assortiment te hebben. Elke stap van dat proces controleren en garanderen, is geen sinecure.
Transparantie, één van de toverwoorden van de fair trade beweging, zal misschien nooit een evidentie zijn. Merken weten evenwel maar al te goed wie hun leveranciers zijn en wat ze van hen op een zo kort mogelijke termijn verwachten. Het kan een eerste stukje van een ingewikkelde puzzel vormen. Veel ketens verschuilen zich niettemin achter het excuus dat niet zij, maar enkel die leveranciers weten in welke fabriek – de merken voelen zich dus niet persoonlijk aansprakelijk, hoe strak en dus compleet onverantwoord hun deadlines ook zijn. De wet verplicht de merken niet om transparant te communiceren over hun leveranciers en dat maakt het voor grote ketens des te makkelijk om hun verantwoordelijkheid te ontlopen.

Maar in een blog fast fashion-ketens op de vingers denken te tikken, is natuurlijk naïef. Daarom: niet enkel de ketens hebben nood aan verantwoordelijkheidszin. Ook wij, consumenten, kunnen een steentje bijdragen. Door minder te kopen, zoals ik mezelf (en u, trouwe lezer) op een al even naïeve lentedag beloofde. Maar ook door vooral tweedehands en fair te kopen.
Hoewel ik mijn eigen beloftes niet ben nagekomen, heb ik de afgelopen twee seizoenen bewuster dan ooit nagedacht over kledij. Als ik iets koop, moet het zo eerlijk mogelijk zijn, nam ik mezelf bovenal voor. Die leuze heb ik, met uitzondering van dat ene jurkje uit Londen, consequent toegepast en beloof ik (ja, ik durf zowaar nog beloftes aan te gaan) zo goed of zo kwaad mogelijk te blijven toepassen. En dat niet enkel de komende vier seizoenen.

Als verantwoordelijke consument kan je tot slot ook meer transparantie eisen van overheden. De Schone Klerencampagne heeft een petitie opgezet waarin ze de Belgische regering oproept tot rapporteringsplicht. Dat zou willen zeggen dat Belgische kledingbedrijven gedwongen worden om hun verantwoordelijkheid op te nemen en de informatie te delen die nodig is om wantoestanden aan te kaarten. De politieke druk die wij als consumenten kunnen afdwingen, om zowel overheden als uiteindelijk de merken ter verantwoording te roepen, is hierbij cruciaal. Teken dus de petitie op http://www.schonekleren.be/schone-kleren/mode/218-kledingindustrie-blijft-troebel.
Mara

10 stuks op 1 jaar tijd?

(Lees volledig artikel) Toen ik besliste om mee te doen aan de Fair Fashion Challenges, zag ik al snel dat ik eigenlijk al een tijdje bezig ben met één van de Challenges. In 2016 koop ik namelijk maar 10 stuks. En dat gaat dan over kleren, schoenen én handtassen!

In de zomer van 2015 zag ik ‘The True Cost’, een documentaire over de druk die de mode-industrie legt op onze maatschappij en op ons leefmilieu. Die film sloeg bij mij in als een bom. Ik ben al jaren bezig met mode en er goed uitzien is voor mij heel belangrijk. Daarom lees ik alle modeboekjes en zorg ik dat ik de mooiste nieuwe kleren heb. Maar hoeveel kleren heb ik nu precies? Ik besloot om in mijn kleerkast te duiken en te tellen hoeveel stuks ik tot dan had gekocht in 2015 (van januari tot augustus dus). 43 stuks. Ik had de kleren allemaal uit mijn kast getrokken (mijn lief dacht dat ik gek werd) en alles lag op een hoop op de grond. Toen ik alles daar zag liggen, begon ik me zo ontzettend schuldig te voelen. Waarom kocht ik 43 stuks op een half jaar tijd? Waarom heb ik de helft van die kleren nog niet aangedaan? En vooral: hoe goedkoop zijn al die stukken wel niet?

En zo geschiedde. Ik besloot om in 2016 maar 10 stukken kledij te kopen. Met kledij bedoelde ik ook schoenen en handtassen (geen onderbroeken en kousen inbegrepen ;)!). Ik koos ervoor om pas in 2016 te starten omdat elk nieuw jaar begint met een soldenmaand. De soldenperiode is voor mij altijd een periode waar ik volledig los ga en alles koop wat ik mooi vind. Dus we begonnen meteen met een grote uitdaging.

We zijn intussen een jaar verder. En ik zit nu midden in mijn jaar dat ik 10 stuks koop. En wauw, wat ben ik trots op mezelf. Niet alleen hou ik aardig vol (ik heb nu 5 stuks gekocht), ik voel ook niet meer die belachelijke nood om nieuwe dingen te kopen. Ik koop ook echt stukken die tijdloos zijn en waar ik nog lang van kan genieten. En ik koop niet meer impulsief. Heb ik iets nodig om naar een festival te gaan? Bel ik even mijn zus of zij niet iets leuks heeft. Moet ik naar een trouwfeest? Die ene vriendin heeft vast wel nog iets moois in haar kast.

Eén ding is zeker: ik ga nooit meer terug naar hoe het vroeger was. Dit voelt veel beter. Ik ben echt blij met een nieuw stuk en voel me niet meer schuldig als ik iets koop. Ik kan niet geloven dat ik een jaar geleden op ditzelfde moment al 8 keer meer kleren had gekocht dan nu. Dit is echt een hele verwezenlijking voor mij en ik raad iedereen aan om hetzelfde te doen!

Volg Mara ook op haar eigen blog style-around.be.
Sarah's kleren

Op moderevolutionaire citytrip…

(Lees volledig artikel) …zonder goede voornemens

Joepie juli! De zomervakantie is ook voor mij van start gegaan en waar beter om mijn drie weken vrijaf te beginnen dan in Groot-Brittannië, niet geheel toevallig waar Fashion Revolution geboren is? Het is dan ook vrij ironisch dat ik mij net in volle moderevolutionaire omgeving niet aan mijn eigen beloftes gehouden heb.

Sedert mijn laatste blog over eerlijk en tweedehands heb ik, geef ik dus bijzonder schoorvoetend toe, de belofte van mijn eerste blog – één kledingstuk per seizoen kopen, niet meer, en zeker niet onfair – grandioos verbroken. Ik steek het op de Brexit, de lage pond, het vakantiegevoel dat je geen remmen oplegt om je portefeuille open te doen – daar heb ik ook een nieuwe van gekocht trouwens, in vegan leer no less. Had ik mezelf en mijn lezers niet op voorhand gewaarschuwd dat daadkrachtig mijn koopkracht bedwingen in het buitenland zeer, zeer moeilijk zou zijn?

Behalve een ethisch verantwoorde portefeuille van Matt & Nat (die ik overigens niet onder kleding reken, dus compleet verantwoord in mijn opzet tot daar aan toe) en een stapel boeken (waaronder Lucy Siegle’s epistel aan de modeindustrie, toepasselijk ‘To Die For’ genoemd), heb ik in Londen drie kledingstukken op de kop getikt, waar ik al dan niet trots op ben.

Het eerste stuk is een trui, die ik kocht toen ik het koud had. Niet bepaald een reden om trots op te zijn: ik liep al de hele dag in de stad rond en dacht nog langs mijn kamer te kunnen passeren alvorens iets te gaan eten, maar dat zat er niet meer in. Snel Oxford Circus passeren en de Primark binnenlopen dan maar? Zo koud had ik nu ook weer niet. In de ondergrondse gang richting metrohalte Old Street ontdekte ik een pop-up charity shop, waar ik een mooie trui spotte van het mij onbekende Per Una. Eentje in gebroken wit, een kleur dat ik nog niet echt in mijn kast had hangen. De mouwen zijn niet al te lang, waardoor mijn hennatattoeage, die ik voor het Suikerfeest heb laten zetten, mooi uitkwam in de trui. En 10 pond is een charitable prijsje, natuurlijk. Binnen de kortste keren stond ik aan de kassa en voor de metro was ik nog op tijd.

Het tweede is een knalrode jas waar mijn vrienden uit Londen me al van ver mee zagen afkomen, ook al hadden ze me nog nooit in de jas gezien – dat kon immers niet, want ik had ‘m nog geen uur in mijn bezit. De jas is ontworpen en geproduceerd in Londen zelf, in Oost-Londen, vlak bij de Old Spitalfield’s Market (aanrader!) waar ik hem op de kop kon tikken voor 60 pond, een soldenkoopje. De verkoper, zoon van ontwerper Marvin Browne, prijst het kledingstuk ook aan omdat het van katoen is. Op mijn vraag of het katoen biologisch is, blijft hij het antwoord schuldig. Ik zeg dat hij er niet mee moet inzitten en dat ik de jas sowieso neem. Op reis blijkt ‘zeker niet 100 procent fair trade, maar wel lokaal’ mijn geweten te sussen.

Het derde stuk is een jurkje dat ik op diezelfde markt zag en niet kon laten liggen. Voor 12 pond, pas echt een koopje. Het is een kleedje van dertien in een dozijn, dat in het kraam van veel marktkramers terugkomt, en waar volgens mij helemaal niks eerlijk of eco aan is. Waarom zou ik het mij dan, als pleiter voor duurzame mode, toch permitteren om het te kopen, en er nog eens een relaas over uit te schrijven ook?

Het was niet de eerste keer dat ik dat jurkje gezien had. Tijdens mijn grootste Londentrip, intussen al meer dan twee jaar geleden, had ik het stuk al eens gezien op Petticoat Lane Market (minder een aanrader). Toen wou ik het al kopen, maar ik kon mezelf tegenhouden: de print mocht dan tof zijn, de stof was flets en de prijs (toen 15 pond, stel je voor) was volgens mijn gevolg te hoog. Wanneer ik het jurkje 2,5 jaar later aan een lagere prijs vond (drie pond lager, maar het is het gedacht dat telt), en ik de print nog steeds mooi bleek te vinden, twijfelde ik nog heel even maar kon ik het uiteindelijk toch niet laten.
Denk er even over na. Zit het artikel een paar uur later nog steeds door mijn hoofd te spoken, dan keer ik terug en neem ik het mee.

Dat is voor mezelf de manier waarop ik onethische aankopen (of eigenlijk aankopen in het algemeen) verantwoord. En ook de manier waarop ik mezelf kon bedwingen om een leren handtas van 70 pond te kopen (al denk ik er nog steeds over na, blijkbaar, dus misschien mocht het wel). Als ik na 2,5 jaar nog steeds weet welk jurkje ik die dag op Petticoat Lane Market mooi vond, dan mocht ik het van mezelf kopen.

Hoewel ik het voor mezelf verantwoord, blijft het geen verantwoordelijke aankoop. Daarom ben ik van plan om na mijn congé een bericht te sturen naar Goldkid, het (nochtans ook ‘Londense’) merk dat schuilgaat achter de dertijn in een dozijn-jurkjes. Who made my clothes? Dat wordt mijn mini Fashion Revolution. Hun allicht even schoorvoetende antwoord, dat al dan niet uitblijft, laat ik in een volgend blogbericht zeker weten.

En of ik mijn eigen beloftes nog breek? Waarschijnlijk niet, zegt die gloednieuwe vegan portefeuille, die nagenoeg leeg is. Al vertrek ik op dit eigenste moment naar modebastion Milaan. Beloftes durf ik vanaf dit moment dus niet meer maken.
Charlotte Marron

Trop c'est trop

(Lees volledig artikel) Mijn oma stiftte haar lippen vroeger altijd in een zacht, glanzend roze. Rouge Coco Shine, Chanel. Perfect gemanicuurde nagels kroonden de toppen van haar vingers. Stiletto’s klik­klakten op de houten vloer. Ik herinner me geen afzonderlijke kledingstukken ­ geen jurken of hemden of zwierige rokken. Enkel de allure van een bepaalde, ongrijpbare schoonheid en elegantie. Ik was zeven of acht jaar oud en ‘de mode’ werd stilletjes verheven tot een soort existentieel gegeven, een onzichtbaar ledemaat, een verlenging van je eigen karakter.

Een kunstvorm, eigenlijk. Een statussymbool, ook.

Als tiener ontpopte mijn liefde voor kledij zich in een soort manische koopverslaving. Een liefde die niet getemperd kon worden. Bergen op bergen op bergen op bergen kleren. Een kast vol eenzame kledingstukken die ik ooit één keer gedragen had en daarna in de vergetelheid sukkelden. Maar trop c’est trop. Dat besef sijpelde pas binnen toen ik een tweetal jaar geleden voor het eerst op de rommelmarkt in de Lange Violettestraat stond. De auto van mijn moeder volgepropt met negen vuilniszakken gevuld met kleren en accessoires. Een zwarte VW Golf getransformeerd in een kerkhof van katoenen kledingstukken.

En toen was er Rana Plaza in 2013. Een Bengalese fabriek die instortte en daarbij meer dan 1300 mensen van het leven beroofde. Een gebeurtenis die nog maar eens duidelijk maakte: de modewereld is niet gezond. Niet op het vlak van consumeren. Niet op het vlak van financiële vergoedingen, van milieubewustzijn of van schoonheidsidealen en sociale standaarden. We blijken maar niet in staat om een industrie op poten te zetten zonder bepaalde grondstoffen uit te putten en zwakkere bevolkingsgroepen uit te buiten.

Met de introductie van de naaimachine omstreeks 1850 werd ineens ook de term ‘confectie’ geboren. Time is money en plots konden kleren en masse geproduceerd en op een even snel tempo verkocht worden. Hoe meer onze technologie evolueerde, hoe sneller de mode­industrie kledij fabriceerde. Fast forward, oktober 2015. Raf Simons verlaat Dior na drie jaar. Het iconische modehuis lanceert elk jaar zes nieuwe collecties, een moordend tempo dat volgens Simons een even dodelijk effect op creativiteit heeft. Hij wil meer tijd om over zijn ontwerpen na te denken. Zelfs luxe modemerken evolueren steeds meer naar de nieuwe norm: fast fashion.

Mode an sich is natuurlijk altijd een reflectie van de tijd, een expressie van moderniteit. In deze context kunnen we opmerken dat mode vooral ‘trendy’ is. De focus ligt momenteel nog te veel op innovatie. Steeds iets nieuws, iets anders, iets unieks, en te weinig op kwaliteit en individualiteit. Sociale media maken het voor modemerken ook steeds gemakkelijker om sneller in te spelen op bepaalde trends, zogenaamde needs. In de eeuw van de selfie beheerst het online universum letterlijk elke vezel van de mode-industrie.

Ik word me steeds bewuster van mijn eigen shoppingpatroon. Ik word me steeds bewuster van de modemerken die ons overtuigen om bepaalde kledingstukken te kopen. Het is niet mijn bedoeling om iemand met een belerend vingertje aan te spreken. Of om op te roepen tot het boycotten van bepaalde grote kledingketens. Ik hoop wel om met deze blogposts mensen te inspireren en informeren.

Zoals ik onlangs las in een online artikel op Not Just A Label: ‘The problem with fashion is that there is too much fashion.’
Bekijk alle blogposts

PARTNERS