Ik zou willen dat ik perfect was. Een beetje smaller, een zwoelere stem, een mooiere lach en misschien ook nog wel net dat tikkeltje slimmer. Jammer dat een mens het niet voor het kiezen heeft. Wat een mens wél voor het kiezen heeft, is zijn kleding. I know, niet echt heel subtiel, maar er schuilt wel een waarheid in.

Nu denken jullie wellicht: ‘Oh nee, weer een wereldverbeteraar.’ Wel jammer genoeg, ben ik ook daar niet perfect in. Die eerste fair fashion challenge was dan ook een echte kwelling voor me. Met zweetparels op mijn voorhoofd, roodomrande ogen en stinkende oksels heb ik me voor de spiegel gezet om mezelf moed in te spreken. (Deze fijne details konden trouwens ook veroorzaakt zijn door mijn kleine sportieve uitspatting van een halfuurtje eerder.) ‘Kom op, Anneleen. You can do this. Je hebt wel zeker twee tweedehandsstukken in je kast hangen!’ Oké, dacht ik bij mezelf terwijl ik diep in- en uitademde, dit moet lukken. Ik nam heel voorzichtig de trap naar mijn badkamer, keek nogmaals naar de weerkaatsing van mijn gezicht (er zitten twee gigantische spiegels aan de voorkant van mijn kleerkast, ik ben geen narcist) en opende mijn kast.

Wat een teleurstelling. H&M, Zara, Bershka, Forever 21, COS, … puilden eruit. Alleen Primark ontbreekt nog net op mijn zielige lijstje. Wat voor een vreselijk mens ben ik eigenlijk? Maar na regen komt zonneschijn: helemaal achteraan mijn kast heb ik ook zo maar even vijf stuks gevonden van tweedehandswinkels, een paar onbekende merken sierden dan ook de etiquette. Ik spurtte naar de keuken, nam een vuilniszak en besteeg in volle vaart mijn trap, totdat ik natuurlijk besefte dat het niet zo’n subliem idee was om al mijn kleren in één keer weg te gooien. Een tikkeltje slimmer, ik zei het toch.

Eenmaal terug beneden, probeerde ik te bedenken wat ik zou moeten doen om mijn leven te beteren. Mijn tweedehandscollectie uitbreiden, is zeker een mogelijkheid. Nadeel is dan dat ik nog meer kleren heb. Ik kan mijn vriend zijn kleren analyseren en als hij een beter fashionmodel blijkt te zijn dan mij, kan ik me gewoon richten op zijn kleerkast. Nadeel is dan dat hij mij wellicht nogal kwaad zal toeroepen dat ik hem niet als sociaal project mag gebruiken. Ik kan me zetten op tweedehandsklerendieet. Nadeel is dan dat ik wellicht nogal zal stinken aangezien ik maar vijf stuks heb. First world problems.

Ik besloot om de site van Fair Fashion nog eens te checken en mijn eerste uitdaging nogmaals grondig te bekijken. Ik ga gewoon doen wat zij zeggen: tot op het bot uitpluizen wat er eigenlijk gebeurt met mijn kleding. Hoe komt mijn kleding bij ons in de winkelrekken? Wie maakt mijn kledij? Maar ook: wie kan er verandering brengen in mijn garderobe? Hoe staan jonge modeontwerpers ten opzichte van de negatieve bijsmaak die kleren intussen hebben gekregen? Waar zitten al die mooie initiatieven verborgen die wedijveren voor eerlijke kleding? Op dit alles, of toch alleszins op een deel, ga ik jullie volgende maand met vol enthousiasme antwoord kunnen geven. Tot dan en kleed je goed, Anneleen